Gisteren ging ik even op bezoek bij mijn buurvrouw. Bij binnenkomst liet ze me haar nieuw gekochte kleren zien. Trots, maar ook een beetje twijfelend. “Vind je niet, Froukje, dat ik teveel geld aan mezelf uitgeef.. er zijn zoveel andere goede doelen?” Eigenlijk wel bijzonder, dat mensen die het al niet zo ruim hebben zichzelf deze vraag vaak stellen. Ik zei tegen haar dat je zelf ook wel eens een goed doel mag zijn. Maar ik herken dat wel: de balans hierin vinden is een zoektocht.
Wat motiveert mensen in de keuzes die ze maken? Welke achtergrond ligt hieraan ten grondslag? De antwoorden hierop zitten in de verhalen van mensen. Verhalen: ze raken je, ze roepen vragen op, geven betekenis aan het leven. Het zijn ontmoetingen die je stilzetten, mooie mensen, schrijnende verhalen, ontzetting, een knoop in je maag, een traan… een lach, een twinkeling, hoop. Zo zou ik jullie nog veel verhalen kunnen vertellen. Maar via deze weg, met dit blog, stoppen mijn verhalen. Jammer, maar kijk eens in je eigen leven. Je hebt zelf vast ook zoveel te vertellen.
Mijn buurvrouw is wat ouder dan ik, maar dat geeft niet. We passen een beetje op elkaar. Even een bakje koffie samen drinken, een sigaretje roken en de dag doornemen. Soms heeft ze het zwaar. Het leven is soms ook zwaar. Maar mijn buurvrouw laat mij ook genieten van de kleine dingen. Dat doet zij namelijk ook. Ik zag gisteren een kaartje op haar tafel staan. Eentje met prachtige bloemen, zo eentje waar je blij van wordt. Ze zei: “Kijk er maar even in hoor.” Ik las het en glimlachend keek ik haar aan. Ze glunderde, want ze had de kaart namelijk aan haarzelf geschreven. Een grap? Nee hoor! Waarom niet? Mooi mens!
Daarom sluit ik deze reeks blogs af met deze woorden: zorg voor elkaar, maar zeker ook voor jezelf.
Het mooie bloemetje moet je er maar even bijdenken, maar op het kaartje staat: bedankt voor je mooie verhalen, ik ga je missen! Lieve groet, Marieke
van Marieke uit op 01-08-2011
Het is al wat laat op de ochtend en Rosa gebruikt de sleutel om bij mevrouw Toonder binnen te komen. Mevrouw hoort haar niet wanneer ze binnenkomt, mevrouw is wat doof. Rosa hoort dat ze in de slaapkamer bezig is en hoort mevrouw in zichzelf praten. Ze moppert.. ‘wat vervelend dat ze weer zo laat zijn!’ Op dat moment steekt Rosa haar hoofd om het hoekje van de deur. Mevrouw haar ogen beginnen te stralen. Ze is blij Rosa te zien. En het gemopper is weg.
Mevrouw Bos kan niet zo gemakkelijk glimlachen. Bij haar is Rosa vijf minuten te laat en dit laat mevrouw haar duidelijk merken.
Mevrouw Broer zit geduldig op Rosa te wachten. Het is al bijna middag en mevrouw zit nog in de pyama. Maar wachten op Rosa vindt mevrouw Broer niet zo erg.
Het is druk in de wijk. En cliënten merken dit. Bijna niemand wil tot de middag wachten om geholpen te worden met douchen, een uitzondering daar gelaten. Er is wat minder tijd voor een bakje koffie, geen praatje bij de deur. Als een cliënt vertelt dat de huishoudelijke hulp een lekkere koek voor bij de koffie gekocht heeft, is nog even blijven moeilijk om te weigeren. Maar je weet dat de volgende cliënt ook met verlangen op je zit te wachten. ‘Dan geef ik je het mee in een plastic zakje, voor straks bij de lunch!’, zegt de cliënt dan. En je denkt: ‘wat een liefde!’
We vragen geduld van onze cliënten. Waar de één begripvol is, heeft de ander hier moeite mee. We doen ons best en ook dat wordt gezien. Vorige week stond er een heerlijke taart op tafel in het wijkgebouw: ‘Voor alle liefdevolle aandacht en goede zorgen voor onze moeder. We wisten niet dat thuiszorg zo mooi en geruststellend kon zijn!’
Daarom is het helemaal niet erg om wat harder te lopen. Al hopen we wel dat het straks weer wat rustiger wordt.
fZ0Dwa , [url=http://zpubszeytgdw.com/]zpubszeytgdw[/url], [link=http://swaxmvkodryq.com/]swaxmvkodryq[/link], http://eoqtbkeunenn.com/
van pigsxcf uit op 21-01-2012
Mijn collega van de avonddienst is ziek dus ik werk een paar uurtjes door. Dat brengt me bij mevrouw De Vries, waar ik al een poosje niet meer geweest ben. Dat is het leuke aan invallen voor een andere collega: zo kom je weer eens ergens anders.
Bij mevrouw thuis ligt het logboek. Daarin staat haar zorgplan en rapportages. Elke dag schrijven collega’s er in over wat ze doen en observeren.
Ik geef mevrouw haar medicatie, zet een kopje koffie en smeer een broodje. Vervolgens ga ik op een gemakkelijke stoel zitten, in de woonkamer bij mevrouw. Ik wacht tot ze begint met eten, ondertussen voor de derde keer luisterend naar het verhaal over haar dochter. Het logboek ligt open op mijn schoot.
Mevrouw zegt: ‘het wordt mooi weer vandaag!’ Ik kijk haar aan. ‘Nee.. het WAS mooi weer vandaag’, antwoord ik. Ze denkt even na: ‘Ik ben de laatste tijd wat in de war met de tijd.’ Ik glimlach. Ik zie dat haar horloge ruim vijf uur achter staat en zet het goed. Het is vast een oud horloge dat ze net heeft ‘gevonden’.
‘Vandaag een drukke dag gehad?’, vraag ik. Want ondertussen lees ik in het logboek dat mevrouw vanochtend om half acht haar vensterbank had leeggehaald, druk was met schoonmaken en dat ze in de middag erg moe was. ‘Nee hoor, want Annemarie (collega) zei rustig aan vandaag, want u ben altijd zo druk met van alles.’ De drukte van vanmorgen was al weer vergeten.
Eventjes lach ik hardop om iets wat ik lees in het logboek: ‘de alarmknop is zoek, kan het niet vinden’. En een paar uur later bij het volgende bezoek van mijn collega: ‘na wat zoeken heb ik de alarmknop gevonden in de pantoffel van mevrouw, waar ik ook een koffielepeltje vond.’ Mevrouw vraagt mij wat ik lees. Ik zeg dat ik over haar lees, over dat ze zo goed haar best doet. Mevrouw glimlacht ook.
I2F26l , [url=http://kezmkvffjris.com/]kezmkvffjris[/url], [link=http://nnnhylkqqrlp.com/]nnnhylkqqrlp[/link], http://ckazdaajnrib.com/
van mttkuwofma uit op 21-01-2012
De laatste keer de trap naar beneden. Nog even rondkijken op de slaapkamer die hij zo lang gedeeld heeft met zijn vrouw. De poes ligt nog lekker op het voeteneind van het bed. Moeizaam gaat meneer de trap af.
“Waar is de eettafel?” Vraagt meneer als hij in de woonkamer staat. Die is verhuisd naar het schuurtje.
Ik zie meneer nog zitten, vorige week aan de eettafel bij het raam. Een sigaretje in zijn ene hand, zijn andere hand zijn hoofd ondersteunend. “Een slechte dag vandaag?” vroeg ik toen nog. “Weet je nog Froukje… vorig jaar stond op deze plek het bed van mijn vrouw. Ik mis haar elke dag.”
In gedachten zie ik meneer en zijn vrouw aan de eettafel zitten, samen een sigaretje rokend. Verknocht aan elkaar, vergroeid met elkaar. En even later zij in dat bed bij het raam. Meneer ernaast in een stoel, haar hand in de zijne. Ik heb hem verscheidene keren verdrietig en onmachtig horen mompelen tegen haar. “Meisje, wat gebeurt er nu allemaal!”
Nog maar een jaar geleden. En vandaag staat dat bed er weer. Vanochtend bezorgd door het hulpmiddelencentrum. Het bed vult de woonkamer. Het hoort hier niet en toch staat het er. Er is een plekje uitgezocht. Datzelfde plekje bij het raam, met uitzicht op de tuin die een beetje verwilderd is, maar toch ook mooi kleurt en veel vogeltjes aantrekt. Ik denk dat we snel zouden zeggen: mooi plekje zo bij het raam… ! Maar is ‘mooi’ wel het goede woord?
Het is beter zo. Dat zeker. Voor de zorg die gegeven moet worden en voor het comfort van meneer. Maar nooit meer de trap op naar boven. Nooit meer in het eigen bed.
Gelukkig, de poes heeft het al in de gaten.. ze is al beneden en ligt op het voeteind.
EAsUFl , [url=http://pntngccdwhxr.com/]pntngccdwhxr[/url], [link=http://yozprivwhoky.com/]yozprivwhoky[/link], http://halwitkkuwbm.com/
van dfmuafb uit op 21-01-2012
Hoeveel mensen vinden dat ze de leukste baan ter wereld hebben? Hoeveel mensen zijn gelukkig in hun werk? En waar is dat dan op gebaseerd? Er zijn veel testen die je kunt doen om daar voor jezelf achter te komen. De testen geven antwoord op vragen als ‘is dit een goede relatie met je baas’, ‘moet je wel of niet overwerken’, ‘ben je tevreden over het salaris’, ‘hoe is de relatie met collega’s’. Wat ik mis in die testen, zijn vragen over de inhoud van het werk wat je doet. ‘Ben je tevreden over het werk dat je levert’, ‘word je gehoord en in je functioneren gewaardeerd’, ‘heb je het gevoel een bijdrage te leveren aan het werken binnen je bedrijf of functie’, ‘doe je waar je goed in bent’, ‘geeft je werk je voldoening’.
Wanneer je onwetend zou kijken naar het nieuws, zou je kunnen denken dat de zorgsector laag scoort in werktevredenheidsonderzoeken. Maar het tegendeel blijkt waar: De zorg scoort meer dan gemiddeld. Conclusie van het onderzoek: werken in de zorg is zwaar, maar geeft voldoening. De negatieve aandacht die de zorg vaak krijgt, heeft als gevolg dat minder mensen in de sector willen werken. Maar nog steeds kunnen zorgmedewerkers je vertellen hoeveel plezier ze hebben in hun werk, hoe mooi en waardevol hun vak is. En dat is niet omdat de arbeidsomstandigheden altijd zo goed zijn, of omdat het salaris zo fantastisch is… Mensen in die in de zorgsector werken, hebben vaak voor het beroep gekozen omdat ze het zo heerlijk vinden om voor mensen te mogen zorgen.
Gisteren nog fietste ik door de wijk nadat ik net een aantal cliënten had bezocht. Ik dacht even niet aan mijn volle agenda, aan vermoeidheid of aan alle negativiteit rondom mijn beroep. Ik zei tegen een collega: ‘Zorgen voor mensen geeft zoveel energie’. Het is de deur die voor je open gaat, de verwachtingsvolle gezichten van cliënten. Als je je ogen echt open doet, dan zie je zoveel moois. Wat heb ik toch een mooie baan!
1NFZBO , [url=http://ugvvzvlqsbbk.com/]ugvvzvlqsbbk[/url], [link=http://kaxfjhdlnall.com/]kaxfjhdlnall[/link], http://zmqnmsfsppfn.com/
van ekntbiztxt uit op 21-01-2012