Er wonen nog enkele dementerende bewoners op onze Korsakovafdeling. Eén man loopt te sjouwen met zijn schoenen, of moet een ‘haspel’ hebben, waarmee hij een wc-rol bedoelt. Eén mevrouw gaat er steeds met de meubels vandoor. Dan breek ik zo’n beetje mijn nek wanneer ik de hoek om kom, over een stoel. Waarom ze spullen verplaatsen, weet ik niet. Maar het is soms het fotograferen waard.
Graag Cindy, hou jij rond december dan een plekje vrij? Jammer dat de campangne is afgelopen, ik vond het leuk om te lezen. Groetjes Josette
van Josje uit op 24-07-2011
Een bewoner had onlangs een baaldag. Al vond hij zelf van niet. Baaldag, dat had het afdelingshoofd ervan gemaakt, volgens hem. Hij wilde gewoon niet uit bed, of eten, of drinken, of zich verzorgen. Inmiddels was het half vier en lag hij nog op bed. Ik vroeg of ik binnen mocht komen. Dat mocht.
De dag voor zijn nee-heb-geen-baaldag, had hij te horen gekregen dat hij COPD heeft. COPD is een verzamelnaam voor verschillende longaandoeningen, waaronder longemfyseem.
“Bent u bang?”, vroeg ik hem. Hij antwoordde ontkennend. “Is het de bekende druppel?”, vroeg ik vervolgens. Dat was zo. Meneer heeft maar weinig dingen waar hij plezier aan beleeft. Hij is de enige op de afdeling die nog alcoholische dranken mag, met een maximum van drie per dag. Meer niet.
Verder houdt hij van roken en snoepen en van zijn familie. Maar ook daar zit het niet mee.
De diëtiste is tot de conclusie gekomen dat hij te dik is. Ongezond dik. En dat heeft invloed op zijn conditie. Ook het roken helpt niet mee. Meneer heeft een kleindochter die onder controle staat bij het ziekenhuis vanwege terugkerende koorts, waar geen duidelijke oorzaak voor te vinden is. Het meisje is vijf. Ooit heeft meneer me toevertrouwd dat hij zijn overleden vrouw nog ieder dag mist.
Nu woont hij niet meer thuis en mag hij eigenlijk niet zo veel. Dat roept bij mij weerstand op. Ik begrijp wel dat we denken en handelen in zijn belang. Maar wat is hier in zijn belang? Deze meneer wil geen 104 worden. Mag hij dan gewoon roken en snoepen, alstublieft?
Helemaal mee ons waarom voelen wij ons soms zo verhefen boven de zorgvragers aldan met de beste bedoelingen .
van christel uit op 07-06-2011
De lente is er!! Dan wil je heerlijk naar buiten, genieten van de zon. Voor de meesten van ons zo normaal. Ik werk op een gesloten afdeling. Dat is lastig. We hebben een tuin, dus onze bewoners kunnen naar buiten. Maar het is wel beperkte vrijheid.
En toch. Ik vind dat we het hartstikke goed doen, met z’n allen. Huize Frankeland en het Sint Jacobs Gasthuis (ook onderdeel van de Frankelandgroep) staan op de eerste en tweede plaats op de lijst van de Consumentenbond.
Nou, dat is een groot compliment. En toch… soms twijfel ik enorm. Doe ik het wel goed? Ik twijfel aan de beperkingen die ik onze bewoners opleg, maar tegelijk realiseer ik me dat het aftasten is.
Die uitdaging had ik nodig. Dát maakte dat ik begin dit jaar op een andere afdeling begon. Ondanks dat ik wel collega’s van mijn oude afdeling mis, heb ik geen moment spijt van mijn overstap.
Het team op deze afdeling is echt een team en ook de bewoners merken dat. Daardoor bereiken we doelen, die we eigenlijk niet voor mogelijk hielden. Weet u nog, die man die ’s nachts op de grond plast? De vloer is van de zeven dagen, vijf dagen droog geweest. Terwijl hij voorheen iedere avond op de grond plaste. Dat maakt me trots en stemt me hoopvol voor de toekomst. De lente is er. En het kriebelt.
Een meedenker, dit keer. Situatie is als volgt. Bewoner plast elke nacht op de grond, naast zijn bed. Hij heeft een urinaal. Hij kan lopen en heeft een toilet op twee meter van zijn bed. In de kamer is het donker. Met licht aan slapen, wil hij niet. Deur van het toilet open, zodat er een klein lichtstreepje te zien is, ook niet. Hem wakker maken werkt niet. Hem zijn urine op laten dweilen werkt niet. Met een beloningssysteem werken (als de grond droog is, koffie op bed), werkt niet.
Meneer heeft een pak aangehad dat moest voorkomen dat hij op de grond kon plassen. Met een rits op zijn rug, maar nóg krijgt hij het uit.
Inmiddels weten wij als team niet meer wat te doen. Het zeil in de kamer is deels verwijderd, aangezien het stinkt en is beschadigd. Meneer zegt zelf dat hij ook last heeft van de stank. Hij schaamt zich en zegt dat hij echt op het toilet wil plassen. Maar hij wordt niet goed wakker en doet het in een reflex. Met dit soort zaken weet je je als verzorgende geen raad, terwijl je het zo graag goed wilt doen voor je bewoners. Dus: iemand een idee?
een bewegingsmelder, zodra hij uit bed komt gaat de lamp aan en is hij goed wakker.
van marian kruit uit op 22-09-2011
Mensen, sla de vrijmibo eens over. Vreselijk woord overigens, vrijmibo. Net als de woorden helder, super en top. Helaas modewoorden, dus ik erger me wat af op een dag. Ik vind het zo arm. Vraag gewoon of iets duidelijk is, in plaats van helder. Vind je iets leuk? Zeg dan “leuk!”, in plaats van “super”. Of de nog meer tenenkrommende variant: alles waar het woord ”helemaal’’ aan wordt geplakt. “Helemaal super!”
Maar goed, de vrijmibo. Of nee, vrijdagmiddagborrel. Hoog opgeleiden drinken meer dan laag opgeleiden. Is onderzocht, dus is het waar. Een gevaar van overmatig alcoholgebruik is dat je het syndroom van Korsakov ontwikkelt: een blijvende geheugenstoornis. Ik werk dagelijks met mensen die dat hebben en ik weet wat het kan aanrichten.
En nu denkt iedereen die dit leest waarschijnlijk: ‘Ja, maar ík zal geen Korsakov ontwikkelen. Dat overkomt mij niet’. Maar is dat zo? Mensen drinken met een reden, en dat begint vaak vrij onschuldig. Maar er zijn situaties waarin het zomaar kan verergeren. Wie in scheiding ligt en al gewend is af en toe te drinken, kan makkelijk meer gaan drinken. Wie zijn targets niet haalt op de werkvloer, zal de stress misschien wegdrinken. Als die persoon bovendien zijn baan verliest, is het makkelijker om nog meer te gaan drinken. Het zijn maar twee voorbeelden.
Alcohol is ook zo ‘normaal’, ’gezellig’. Ik heb een vriendin, die niet dronk. Zaterdagavond, aan de bar ging het van: “Mag ik een biertje en een chocomel?” Of wanneer het iets vroeger op de avond was: “Een biertje en een thee… heeft u ook honing?” Mijn vriendin werd er niet ongezelliger van. Het waren geweldige avonden, ondanks dat zij niet dronk. Nu drinkt ze af en toe een wijntje. Ik merk geen verschil.
De vrijmibo:een tijdje geleden mateloos populair. Nu is de trend eigenlijk al op zijn retour en (gelukkig) niet binnen ieder bedrijf een gewoonte. Op de vrijdagmiddag wordt er meestal gewoon gewerkt. En dat is maar goed ook. Targets worden gehaald, relaties lopen soepeler. Je hoeft immers niet uit te leggen waar je was, met wie, en waarom je naar drank ruikt.
Zonder gekheid: iedereen kan Korsakov ontwikkelen. Het staat totaal los van IQ. Het misverstand dat het een syndroom is voor laagopgeleide, zielige, oude mannen moet maar eens de wereld uit.
Bedankt voor de reacties. Inderdaad, het is te complex om er heel erg diep op in te gaan. Het stuk over de vitamine B1, heb ik in een eerder blog wel omschreven. Helaas moet het soms beknopt. Maar goed, ik ben wel heel blij met de reacties.
van Cindy Plomp uit op 31-03-2011