Winni

Verlies

22 04 2011 | reacties (2) | reageren
onderwerp(en): ,

De familie wil het vanmiddag komen vertellen. En dat er dan iemand van ons bij is om moeder op te vangen. “Ik dacht meteen aan jou”, zegt mijn collega, “jij bent onze belevingsgerichte medewerkster.”

Als ik in de huiskamer voor het ontbijt zorg, moet ik er de hele tijd aan denken. En als mevrouw Veelbeleefd even later de huiskamer inkomt, slik ik even. Ik loop met haar mee. Terwijl ze gaat zitten, vertelt ze me dat haar zoons (haar tweeling) zo meteen op bezoek komen. “Ze zorgen zo goed voor me.”

Ik ga haar thee halen. Ze zit heerlijk op haar gemakje met de benen over elkaar, een stukje van de tafel af naar buiten te kijken. Ondertussen komen de andere bewoners binnen en heb ik niet zo veel tijd meer om erover na te denken. We doen ons gewone ding en tegen de tijd dat het half elf is, vraag ik aan mevrouw of ze mee naar buiten wil, naar de bloemen. Die vind ze zo mooi. “Nee”, zegt ze, “onze jongens komen, die vinden dat ook mooi.”

Even later arriveert één zoon met zijn familie. Ik breng ze naar de kamer en ga moeder halen. Als we samen door de gang lopen zeg ik dat haar zoon een heel verdrietig bericht heeft. Ze kijkt me aan maar reageert niet. Als we bij de deur zijn, zeg ik het nog eens. Maar ze gooit de deur open en loopt naar binnen. Ze vraagt meteen naar haar andere zoon. Ik vraag of ze even wil gaan zitten. Ineens dringt het tot haar door. Wat is er gebeurd? De zoon vertelt. Mevrouw luistert. Je ziet het verdriet langzaam komen. Ze vraagt een paar keer, ter bevestiging lijkt wel, wat er is gebeurd en haar stem breekt.

Na een half uurtje lopen we samen in de gang. Ik vraag haar of ze het wil vertellen in de huiskamer… of ik het moet doen… of wil ze niets zeggen nog even?

Ze loopt op de tafel af waar Mevrouw van de Zorg en Mevrouw Dapper druk bezig zijn met een kuikentje dat je op kunt draaien. Ik wil tegen ze zeggen dat Mevrouw Veelbeleefd iets verdrietigs wil vertellen, maar ze valt me in de rede en vertelt met al haar verdriet. Dan draait ze zich om en loopt naar de tafel waar ze altijd zit (dat zegt ze ook ‘hier zit ik altijd’). Mevrouw van de Zorg is er meteen bij. Gaat naast haar zitten. Troost haar. Langzaam komen de tranen en begint het door te dringen. Gelukkig heeft ze veel steun en troost aan onze bewoners want ze blijft tegen iedereen zeggen dat haar kind er niet meer is en niemand zegt ‘dat weet ik al’. Verdomme, als moeder zijnde hoor je je kind niet te overleven.

van uit DWABDpjUfPCfq op

Dag Winni, Weet niet eens meer hoe ik hier terechtkwam, maar erg ontroerd door je verhaal. Fantastisch werk doen jullie, de grootse bewondering heb ik ervoor!

van Eline uit Den Haag op 29-04-2012

Hoi Winni, wat een verdrietig verhaal, maar wat fijn dat deze mevr. zo goed opgevangen wordt door jullie, maar ook door haar medebewoners, zo op hun eigen manier. erg ontroerend. groetjes Anja

van Anja uit Nistelrode op 29-04-2011

Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):

* verplichte velden

Deze video kan niet worden weergegeven. Javascript staat uitgeschakeld, of u heeft nog een oude versie van de Adobe Flash Player. Download hier de laatste Flash Player.