Mevrouw Meiske denkt dat ze van adel is. In haar leven maakte ze veel mee. Wat precies, is niet na te gaan. Ze is al heel lang alleen, zonder familie. Mevrouw Meiske is dol op mooie sieraden en mooie kleren. Wil graag gelakte nagels en een lekker geurtje op. Haar bewegingsvrijheid is beperkt (rolstoel, eten met hulpmiddelen), maar praten kan ze als de beste. Ze vertelt uitvoerig over haar leven, het hebben van bediendes en de verschrikkingen die ze heeft moeten doorstaan. Soms moet ik ingrijpen. Als ze doordraaft en de dingen respectloos benadert. Daar heeft ze nogal een handje van. Dan neemt haar fantasie de overhand, maar ja, onze mensen geloven ieder woord.
Als haar iets dwars zit, doet ze vervelend tegen medebewoners. De laatste tijd is steeds vaker één iemand het mikpunt van haar wrok. Dan grijp ik meteen in. Ik vraag haar of ze wil ophouden met het zeggen van die verschrikkelijke dingen, maar meestal hoort ze me niet eens.
Om de anderen te beschermen neem ik Mevrouw Meiske mee naar haar appartement. Ik heb er al vaak met haar over gehad. Ze is dan overprikkeld en krijgt weer rust op haar kamer, maar bij mij voelt het niet goed. Natuurlijk is het soms nodig om de bewoners te beschermen, ze beginnen te huilen of gaan rondjes lopen en zijn erg van streek. Maar als ik deze vrouw weghaal uit de huiskamer, voelt dat toch als een armoedige oplossing. Gelukkig praten we er altijd over. Ik spreek steeds af na tien minuten terug te komen. In het begin moest ze vaak lachen als ik weer in haar appartement kwam. Dan schetterde ze: “Jij bent lekker boos hè? Dat zie ik wel!” Nu weet ze beter. Ze zegt dat ze het fijn vindt dat ik deze stappen onderneem. Mevrouw Meiske kan zichzelf niet afremmen, dat lijkt me zo’n machteloos gevoel.
Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):