We gaan een boterham eten en ‘patiënt en zuster’ blijven elkaars hand stevig vasthouden. Ik moet er heimelijk om lachen. De logé eet slecht. Na twee lepels soep heeft ze genoeg. Brood hoeft ze niet, zegt ze. Ik maak toch maar een sneetje krentenbrood klaar en leg uit dat ze beter moet worden om straks weer samen met haar man te kunnen wandelen. Ze knikt. En terwijl we verder eten roept ze iedere keer dat ze weer een stukje op heeft.
Ik loop te schipperen. Tijdens het eten moet ik natuurlijk meer mensen in de gaten houden en helpen. Als ik eindelijk weer terugkeer bij de logé valt mijn oog op de soepkop van Mevrouw Knuffel. Ik denk wat zit daar nu in? Ik laat het zien aan de logé en zeg: “Het lijkt wel krentenbroodsoep.”
Ze kijkt me onschuldig aan en zegt: “Dat is niet van mij hoor.”
“Nee, dat is de soep van Mevrouw Knuffel, maar het is wel erg dikke soep.” Ik laat het maar zo en vraag of ze de laatste twee stukjes op wil eten. Even later roept ze dat ze alles op heeft. Ik kijk op de tafel en zie op het bord van Mevrouw Gruts twee stukjes krentenbrood liggen. Héla, die had toch een boterham met kaas? Ik kijk onze logé aan en vraag of het heeft gesmaakt. “Ja, het was toch wel lekker.” Een vindingrijk typetje deze dame!
Hoewel het zeker leuke momenten heeft, vindt ik het toch moeilijk om mijn aandacht te verdelen tussen onze mensen en onze extra bewoner. Het is als een gezin waaraan ineens een extra gezinslid is toegevoegd. Dat vraagt niet alleen van ons als zorgmedewerkers extra inspanning, maar ook van de rest van het gezin. We moeten waken dat zorgmedewerkers voldoende lucht houden in hun werk, dat is voor medewerker én cliënt beter.
Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):