Ik kom binnen. Mevrouw, 81 jaar, net gediagnosticeerd met Alzheimer. Mevrouw zit op het puntje van haar stoel, want ik ben ‘nieuw’. Dit is toch spannend; iemand anders dan haar vertrouwde gezicht die zich met haar medicatie gaat bemoeien. Ineke, haar vaste verzorgende is met vakantie. Zij heeft het goed overgedragen, dus ik weet precies wat ik moet doen om mevrouw gerust te stellen. Het koffertje met cijferslot pakken, open doen en medicijndoos vullen. Koffer dicht, medicijndoos op de kast en mevrouw kan weer een week vooruit. Mevrouw wordt er rustiger van wanneer ze zich niet hoeft te bemoeien met haar medicatie.
En dan…
Krijg ik het koffertje niet open. Wat ik ook probeer, het lukt niet. Ik, groot technisch wonder (niet dus), probeer kalm te blijven en mevrouw niets te laten merken. Maar ook dat lukt niet, ze drentelt om mij heen en ziet met grote ogen mijn gepruts aan. Dan besluit ik om eerlijk spel te spelen.
“Ik krijg het koffertje niet open.” (rustig)
“Kun je Ineke bellen?” (paniek)
“Nee, die is met vakantie.” (rustig)
“Maar ik moet deze week wel mijn medicijnen hebben! “(paniek)
Gelukkig…
Ik besluit een collega in te schakelen. Zij kent het koffertje ook niet… maar je weet maar nooit. En ik denk nog: het zal toch niet zo zijn dat zij dat koffertje binnen een halve tel open heeft! En jawel hoor, ik trappel van ongeloof. Ook zie ik een glimlach doorbreken op het gezicht van mevrouw. Ze zegt tegen mij:
‘Je moet me niet zo laten schrikken hoor, want weet je, ik heb Alzheimer, daar word ik onrustig van!’
Wat een zelfkennis en wat een oneindig mooie zin. Volgende week krijg ik een herkansing en zal ik mevrouw en Ineke laten zien dat ik het heus zelf kan.
Klik hier voor meer informatie over de ziekte van Alzheimer
Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):