Mijn collega van de avonddienst is ziek dus ik werk een paar uurtjes door. Dat brengt me bij mevrouw De Vries, waar ik al een poosje niet meer geweest ben. Dat is het leuke aan invallen voor een andere collega: zo kom je weer eens ergens anders.
Bij mevrouw thuis ligt het logboek. Daarin staat haar zorgplan en rapportages. Elke dag schrijven collega’s er in over wat ze doen en observeren.
Ik geef mevrouw haar medicatie, zet een kopje koffie en smeer een broodje. Vervolgens ga ik op een gemakkelijke stoel zitten, in de woonkamer bij mevrouw. Ik wacht tot ze begint met eten, ondertussen voor de derde keer luisterend naar het verhaal over haar dochter. Het logboek ligt open op mijn schoot.
Mevrouw zegt: ‘het wordt mooi weer vandaag!’ Ik kijk haar aan. ‘Nee.. het WAS mooi weer vandaag’, antwoord ik. Ze denkt even na: ‘Ik ben de laatste tijd wat in de war met de tijd.’ Ik glimlach. Ik zie dat haar horloge ruim vijf uur achter staat en zet het goed. Het is vast een oud horloge dat ze net heeft ‘gevonden’.
‘Vandaag een drukke dag gehad?’, vraag ik. Want ondertussen lees ik in het logboek dat mevrouw vanochtend om half acht haar vensterbank had leeggehaald, druk was met schoonmaken en dat ze in de middag erg moe was. ‘Nee hoor, want Annemarie (collega) zei rustig aan vandaag, want u ben altijd zo druk met van alles.’ De drukte van vanmorgen was al weer vergeten.
Eventjes lach ik hardop om iets wat ik lees in het logboek: ‘de alarmknop is zoek, kan het niet vinden’. En een paar uur later bij het volgende bezoek van mijn collega: ‘na wat zoeken heb ik de alarmknop gevonden in de pantoffel van mevrouw, waar ik ook een koffielepeltje vond.’ Mevrouw vraagt mij wat ik lees. Ik zeg dat ik over haar lees, over dat ze zo goed haar best doet. Mevrouw glimlacht ook.
Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):