‘Meneer heeft een gat in zijn hart, daar moet dagelijks vetramil in gespoten worden’.
Zo krijg ik een zorgaanvraag binnen. Ik kijk nog eens goed.
‘Een gat in zijn hart’… En daar moet een medicijn in gespoten worden? Ik weet niet direct wat vetramil is. Maar dat doet er eerst niet toe. Ik denk: ik ga ECHT NIET iemand een medicijn in zijn hart spuiten! Nog nooit gedaan en volgens mij ook onmogelijk! Er bestaat geen protocol voor.
Meneer is al thuis, zegt de zorgaanvraag. De zorg moet morgen opgestart worden. Zou het een vergissing zijn?
Ik ga op onderzoek uit. Bij de bron. Ik bel meneer op. Ik zeg hem dat ik een aanvraag heb liggen van hem en dat hij vraagt om dagelijkse hulp.
‘Kunt u mij uitleggen waar u hulp bij nodig heeft?’
‘Ik kan er zelf niet bij.’
‘Waar kunt u niet bij?’
‘Bij mijn hak.’
…
Ik begin te lachen en vertel hem het verhaal. Hij lacht met me mee.
‘Erg vervelend voor u dat u een wond heeft, maar daar kunnen we u prima bij helpen.
Ik ben zo blij dat u geen gat in uw hart heeft!’
‘Nou zeg, ik ook!’
Vervolgens bel ik diegene op kantoor die de zorgaanvraag aangenomen heeft en vertel haar welke schrik ze mij heeft bezorgd. Ook daar wordt hartelijk gelachen. Het is heerlijk om deze dag lachend af te sluiten.
Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):