Een tijd geleden woonde er een vrouw bij ons op de afdeling. Ze had twee dochters. Beiden zorgden voor hun moeder. Ze verzorgden de was, hielden mevrouw gezelschap, zorgden voor het geld, voor verzorgingsproducten en nog meer.
Elke dochter deed dit op haar eigen manier. Het waren dan ook compleet verschillende vrouwen. De één was tevreden met de zorg die wij als afdeling leverden. De ander was voornamelijk zeer ontevreden en eigenlijk altijd boos.
Het gevoel van boosheid, kwam voort uit onmacht. Dat begrepen wij allemaal. Maar het werd wel steeds lastiger om deze dochter serieus te nemen.
Mantelzorgen is zwaar. Dat zal ik niet ontkennen. Maar dan lijkt het me juist handig om met de verzorging samen te werken. Want wat was het onvermijdelijke gevolg? Voor de ‘lieve’ dochter werd gerend. En de ‘klaagdochter’ kon op haar kop gaan staan, maar zij werd minder gehoord. Ze heeft het geprobeerd. Ze heeft gegild, staan stampvoeten, met deuren geslagen en haar zus ondersteboven staan schreeuwen, in een volle huiskamer. Wanneer we tot de kern kwamen, bleek dat ze zich puur machteloos voelde.
Het lag niet aan ons, het lag aan haar beleving. Frankeland schakelde daarom maatschappelijk werk in voor de dochter. Daar was ze mee geholpen. Net als de afdeling, en uiteindelijk ook onze bewoonster.
Goede communicatie tussen mantelzorg en verzorging is noodzakelijk. Het gaat namelijk niet om gelijk. Het gaat om het leveren van zorg waar iedereen zich in kan vinden. Met de bewoners en de mantelzorg op nummer één.
Formuleer hieronder kort maar krachtig jouw reactie * (max. 500 karakters):